10 veelgemaakte taalfouten van Nederlanders in het Frans

Als het om het Engels gaat zijn wij Nederlanders vaak al niet zulke grote helden, laat staan in het Frans. Veel mensen hebben op de middelbare school nog wel wat lesjes gehad, en een baguette bestellen lukt ook nog wel, maar daar houdt het voor de meeste Frankrijkgangers al weer mee op. Hieronder enkele Franse uitdrukkingen waarmee je gemakkelijk de fout in kunt gaan, en natuurlijk ook hoe het wél moet. 

De meesten zullen zich nog wel de standaardregeltjes herinneren rondom ne … pas bij een ontkenning (hoewel de Fransen tegenwoordig meestal het ne wel weglaten in spreektaal), het tellen van 1 tot 10, dat une baguette een stokbrood is en wat links, rechts en soms ook nog wat rechtdoor is. Maar daarna wordt het wat moeilijker…

#1 Mannelijk/vrouwelijk
Voor ons Nederlanders is het lastig om het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden te bepalen, omdat we er niet zoveel mee doen in onze grammatica. Bij een Fransman is dat anders, want die gebruiken dat onderscheid wel, bijvoorbeeld bij bijvoeglijke naamwoorden of lidwoorden.
Als Nederlander zit er weinig anders op dan woorden te stampen met le of la ervoor, want als je het geslacht van een woord fout gebruikt kan het makkelijk gebeuren dat een Fransman je niet begrijpt, of dat hij denkt dat je iets anders bedoelt – sommige woorden hebben namelijk zowel een vrouwelijke als een mannelijke variant met een totaal andere betekenis… Heb je het bijvoorbeeld tegen je Franse buurman op de camping over La Tour de France dan vraagt die zich vervolgens af over welke toren je het nu precies hebt… Maar heb je het over Le Tour de France die morgen langs de camping raast, dan begrijpt hij je misschien beter.

#2 Tijd/weer
Wil je iemand vragen wat voor weer het morgen wordt? Vraag dan naar le temps. Maar wil je weten hoe laat het is, maak dan niet de populaire fout om eveneens naar le temps te vragen, maar gebruik het zinnetje Quelle heure est-il?. Maar wil je daarentegen zeggen dat je nu geen tijd hebt, dan kun je wel weer het woord temps gebruiken.. Logisch toch?

#3 Werkwoorden door elkaar halen
Vaak weet je ongeveer wel welk woord je moet hebben en zit de betekenis in de buurt, maar begrijpt je Franse gesprekspartner je helaas toch niet.. Dat kan komen doordat je verschillende werkwoorden met min of meer dezelfde betekenis door elkaar haalt. Een voorbeeld is het verschil tussen de woorden voir en regarder. Het heeft allebei iets met zien te maken. De tweede is actiever, bijvoorbeeld je regarde la télé betekent dat je naar een televisieprogramma kijkt, maar je vois la télé betekent alleen maar dat je de televisie ziet.
Hetzelfde geldt voor dire en parler. Parler is de meer actieve variant. J’ai dit non kun je gebruiken als iemand je vraagt of je ja dan wel nee gezegd hebt. Il parle à son voisin gebruik je als je beschrijft wat je vader op dit moment aan het doen is: met zijn buurman aan het praten.

#4 Bijvoeglijke naamwoorden
In het Nederlands worden bijvoeglijke naamwoorden voor het zelfstandig naamwoord geplaatst: de blauwe auto, de prachtige muziek. In het Frans is het precies andersom, daar worden de meeste bijvoeglijke naamwoorden juist erachter geplaatst: la voiture bleue, la musique magnifique. Maar er zijn enkele uitzonderingen, een aantal bijvoeglijke naamwoorden worden juist voor het zelfstandig naamwoord geplaatst. Voorbeelden hiervan zijn beau/belle, joli, grand, petit. Zo is een mooie vrouw gewoon une belle femme. Een mooie blonde vrouw wordt dan weer une belle femme blonde.

#5 C’est
Met het woordje c’est gaat er ook nogal eens wat mis. Je kunt het vertalen als ‘het is’, maar niet bij elke gelegenheid zo gebruiken. Wil je bijvoorbeeld zeggen ‘het is vijf uur’ dan zeg je il est cinq heures. En ‘het is mooi weer’ dan zeg je il fait beau. Voor bijvoorbeeld ‘het is de mooiste dag van mij leven’ gebruik je dan wel weer c’est: c’est le plus beau jour de ma vie.. Let ook op bij het gebruik als je iets mooi vindt: ‘dat is mooi’ vertaal je als c’est beau en niet als c’est belle, want c’est wordt altijd gevolgd door de mannelijke vorm van een bijvoeglijk naamwoord.

#6 Bank
Over het woordje bank kunnen ook aardig wat misverstanden ontstaan. Wil je je Franse buren uitnodigen en bied je ze een zitplaats op de bank zeg dan niet asseyez-vous sur le banc maar gebruik het woord canapé. Banc wordt namelijk strikt gebruikt voor zo’n harde houten, stenen of metalen buitenbank. En bank als in de plek waar je geld heen brengt is dan weer banque.

#7 Nederlandse uitdrukkingen rechtstreeks in het Frans vertalen
Wij Nederlanders hebben er nogal een handje van om in uitdrukkingen en gezegdes te praten – Fransen overigens ook – maar die zijn vaak niet één op één te vertalen. Dus ‘met de mond vol tanden’ wordt niet ‘la bouche pleine de dents’, want dat zal men niet zo snel begrijpen, maar donner sa langue au chat. En begin als je het over oude koeien uit de sloot halen hebt niet over vieilles vaches en een fossé, maar zeg gewoon il ne faut pas remuer le passé.

#8 Werkwoordvervoegingen
Dit gaat nogal eens mis bij Nederlanders in Frankrijk. Maar bedenk, net zoals je in het Nederlands niet zegt ‘wij loopt naar het huis’, zeg je in Frankrijk niet nous marche vers la maison. De basis van de Franse werkwoordsvervoegingen is niet zo heel lastig, het probleem is dat er wel wat uitzonderingen en verschillende tijdsvormen zijn. Leer in elk geval de tegenwoordige en de verleden tijd van de belangrijkste werkwoorden en je komt al een heel eind.

#9 U en jij
In Nederland zeggen we nogal gauw je en jij tegen elkaar, maar in Frankrijk zijn de meesten niet zo gediend van het getutoyeer in de wat meer formele omgang. Dus op de markt, in de winkel, op straat, bij de kapper, zeg gewoon vous tegen mensen die je niet kent. Tegen familie, vrienden en goede kennissen kun je dan meestal natuurlijk weer wel gerust tu gebruiken.

#10 Seksueel getinte opmerkingen
Doordat sommige woorden in het Frans ook een wat dubieuzere betekenis hebben of de uitspraak ervan veel lijkt op een dubieus woord kun je hier al snel fouten mee maken en op zijn minst de lachers op je hand hebben. Spreek de s in het woord baisser (verlagen) bijvoorbeeld goed uit, anders zouden ze zomaar baiser kunnen verstaan, en dat is een wat plat woord voor seks. En zeg als je het warm hebt niet je suis chaud maar j’ai chaud, anders zal je gesprekspartner denken dat je opgewonden bent.
Je kunt wel zeggen les enfants sont tout excités als de kinderen niet rustig te krijgen zijn. Maar voor een volwassene heeft het woord exciter een sterk seksuele betekenis. Zeg dus niet je suis excité als je ergens enthousiast voor bent, maar bijvoorbeeld j’ai hâte de. Nog een tip: vermijd liever het woord introduire als het gaat om jezelf of een ander voorstellen, gebruik présenter. Introduire betekent namelijk vooral ‘iets ergens in doen’…

Wil jij taalfouten vermijden? Met een professionele Franse vertaler weet je zeker dat jij niet de fout in gaat. 

close

Gratis ebook?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het ebook '10 roadtrips in Frankrijk' twv €7.50
SHOP
close

Gratis ebook?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het ebook '10 roadtrips in Frankrijk' twv €7.50

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Close