R

Route van en naar de Pyreneeën, in vier dagen door het midden van Frankrijk

Route van en naar de Pyreneeën

Ken je het televisieprogramma Weg van de snelweg nog? Tal van mooie plekken in Europa kwamen voorbij, van verstilde velden vol zacht wuivend graan tot schilderachtige dorpen en steden. Wil je dat met eigen ogen zien? Laat je dan inspireren door de mooie route die wij onlangs terug uit de Pyreneeën reden, dwars door Frankrijk richting het noorden. Ons doel was om daarbij geen meter snelweg te rijden, want dat heeft veel voordelen: je ziet veel meer, verbruikt minder benzine, betaalt geen tol en hebt veel minder stress.

Alhoewel, die stress was er nog wel een beetje doordat we eigenlijk bij ieder mooi plekje onderweg wel wilden stoppen. Hadden we toegegeven aan die drang, dan waren we waarschijnlijk vandaag nog niet thuis geweest. Want interessante dingen zijn er veel te zien als je langzaam over de Franse binnenwegen toert. Onze route voerde namelijk langs en door enkele van de mooiste gebieden in Frankrijk. Wij reden hem dus van zuid naar noord, maar je kunt de route die ik in deze blog beschrijf ook heel goed van noord naar zuid rijden. Ook als je met een camper, caravan of motor op weg gaat, is deze route een aanrader.

Voorbereiding

Hoe bereiden wij ons voor op een roadtrip door landelijk Frankrijk? Omdat ik al jarenlang (vroeger met mijn ouders, en sinds een jaar of achttien zelf) door heel Frankrijk reis, weet ik inmiddels bijna intuïtief wel waar de mooie plekjes te vinden zijn. Maar er is ook een belangrijk hulpmiddel voor ons: de Michelin Wegenatlas . Niet alleen om de juiste weg te vinden, maar vooral ook omdat daar de belangrijkste bezienswaardigheden van Frankrijk (kastelen, dorpen, steden, natuurfenomenen) zijn aangegeven met het bekende sterrensysteem. Één ster is ‘interessant’, twee sterren is ‘een omweg waard’ en drie sterren is ‘de reis waard’. Daarnaast zijn pittoreske wegen, met veel natuur en uitzichtpunten, voorzien van een groene arcering. Je ziet dus direct of een bepaalde route erg de moeite waard is vanwege de natuur en de bezienswaardigheden onderweg. Als er meerdere wegen naar een bepaalde bestemming leiden, kiezen we eigenlijk altijd voor de optie waarbij de meeste stukken via een groene route gaan. Verder reizen we bij lange stukken meestal op de bonnefooi, zodat we kunnen overnachten waar we dat willen. Ook bij deze reis deden we dat, en dat was ook in deze coronatijden geen enkel probleem. Tent achterin de auto, en route !

Route

Hieronder beschrijf ik de route die we zelf reden in detail, met daarbij de netto reistijd en afstand, dus wanneer je geen uitstapjes maakt. Natuurlijk kun je hier eenvoudig links of rechts van afwijken en besluiten bijvoorbeeld net ergens anders te overnachten of te stoppen voor een pauze. Verder was onze bestemming het oostelijke deel van de Pyreneeën. Wil je meer naar het midden of westen op reis, dan kun je er voor kiezen om ter hoogte van Figeac of eventueel Albi al meer naar de westelijke kant van Frankrijk te gaan, bijvoorbeeld via Cahors, Agen, Auch en Tarbes.

Wil je een kaartje van de door ons gereden route, kijk dan onderaan dit artikel. Het KML-bestand voor navigatie en Google Maps kun je hier downloaden.

Ax-les-Thermes – Cordes-sur-Ciel

Na onze reis door de Pyreneeën brachten we een laatste weekend in de Ariège door, in de Vallée d’Orlu. Vanaf daar rijden we via Ax-les-Thermes noordoostwaarts richting Quillan. Je komt dan onder meer langs Camurac, waar je een uitstapje naar een uitzichtpunt kunt maken, het belvedère des gorges de la Frau . Je ziet vanaf hier ondermeer het Château de Montségur goed liggen. Vervolgens rijden we door in de richting van Carcassonne. Hier hadden we al eerder tijdens de reis een bezoek aan gebracht, dus we vervolgen onze weg direct in de richting van de Montagne Noire, een gebied dat tussen Carcassonne en Mazamet ligt. Na het wat saaie landschap rond Castres te hebben doorkruist, verschijnt dan al snel de stad Albi op de borden. Heb je tijd over, neem hier dan zeker even een kijkje, met name in de bijzondere kathedraal. Wij hebben helaas iets te weinig speling in onze plannen, we zullen dus nog eens terug moeten. In plaats daarvan rijden we snel door naar Cordes-sur-Ciel, waar ik al een tijdlang graag een bezoek aan wilde brengen.

Het hooggelegen dorp Cordes-sur-Ciel is heel geliefd bij de Fransen zelf, waardoor het er het hele jaar door behoorlijk druk kan zijn. Door de coronacrisis valt het echter mee als wij er zijn en kunnen we in relatieve rust door de schilderachtige straten struinen. Het is een bijzonder dorp, met veel oude huizen en mooie uitzichten over de omgeving. Na Cordes rijden we nog kort door in de richting van Saint-André-de-Najac, waar we overnachten op minicamping Pont de la Planque , van Nederlandse eigenaren.

Netto reistijd: 4 uur, 250 kilometer

Cordes-sur-Ciel – Valençay

Vanaf onze overnachtingsplek is Figeac de eerste bestemming. Een schitterend stadje vol met oude gebouwen, in het grensgebied van de Lot, Aveyron en Cantal. Het aantal monumenten in de stad is opvallend. We lopen een korte rondwandeling door Figeac en belanden uiteindelijk met een kopje koffie op een terras, alvorens we verder koers zetten richting de Auvergne. Het mooie van onze route is dat we net de westelijke kant van het vulkanische gebergte in de Cantal schampen. We lunchen op een prachtig plekje bij de afslag naar Salers, met uitzicht op enkele van de hoogste bergtoppen van de Auvergne.

Niet veel later doorkruisen we de Gorges de la Dordogne, op de grens tussen de departementen Corrèze en Cantal. Er zijn hier enkele stuwdammen in de bekende rivier, waardoor het grillige dal van de rivier vol staat met water. Via Neuvic en Ussel verlaten we het Centraal Massief (niet voordat we tussen Ussel en Aubusson nog de resten van een Romeinse villa hebben bekeken (ik zou deze kleine omweg niet met een caravan rijden)) en na Châteauroux belanden we zo langzamerhand in de Loirestreek, bekend vanwege de vele kastelen. Een van de meer zuidelijke kastelen vind je in Valençay, waar we een prima camping municipal vinden. De langste dag qua reisafstand zit er op, en dat vieren we met een goede galette en crêpe in een plaatselijk Bretons restaurant, een van de weinige sfeervolle eetgelegenheden in het stadje, waar behalve het fraaie kasteel niet zoveel te beleven valt.

Netto reistijd: 7 uur, 450 kilometer

Valençay – Giverny

De volgende dag steken we de Loire over bij Blois en richten we onze blik verder naar het noorden. Opvallend in dit deel van Frankrijk zijn de vele zonnebloemenvelden, op elk deel van de route zien we er geregeld een aantal voorbijkomen. In de Loirestreek wordt het schilderachtige landschap nog versterkt door de vele wijngaarden en kastelen. Maar ook mooie steden zijn er hier genoeg te vinden. Onze lunchplek wordt Chartres, waarvan je de indrukwekkende kathedraal al van ver kunt zien liggen. Naast de kathedraal is het ook de moeite waard om door het centrum te lopen. Chartres is een echte winkelstad, met naast de bekende ketens ook veel kleinere winkels en horeca.

Na Chartres maken we een kleine bocht naar rechts, richting Rambouillet. Het stadje biedt een mooi kasteel maar staat vooral ook bekend om het uitgestrekte bosgebied richting het noordwesten. Opvallend daar is de aanwezigheid van enkele bijzonder gevormde rotsen, de Rochers d’Angennes, die we bezichtigen via een wandeling van een minuut of twintig. Na het bos rijden we via binnendoorweggetjes naar de Seine, waarbij we net voor Vernon over een langzaam dalende weg de vallei van de Seine binnenrijden. De mooi aan de rivier gelegen Flower Camping Normandie biedt genoeg plaats om onze tent weer een nachtje neer te zetten.

Netto reistijd: 5 uur, 300 kilometer

Giverny – Scarpe-Escaut

Op het lijstje van Marita stond al een tijdje een bezoek aan de tuinen van Monet in Giverny. In deze coronatijd was een dag van tevoren boeken geen probleem, tickets zijn in dit seizoen alleen online en in beperkte mate verkrijgbaar. Het is in het dorpje Giverny al tientallen jaren niet zo rustig geweest, verzucht ook een van de medewerkers van het nabijgelegen museum voor het impressionisme, terwijl hij een vertwijfelde blik in de lege hoofdstraat van het dorp werpt.

Ondanks de wat bewolkte lucht is een bezoek aan de tuinen een feest voor je zintuigen. De bontgekleurde bloemen, de geuren, de verstilde sfeer op veel plekken, het is niet moeilijk voor te stellen waarom Monet hier zoveel inspiratie kreeg. Ook het bezoek aan zijn huis is de moeite waard. Je krijgt hier een goed beeld van hoe de schilder er leefde met het gezin van Alice Hoschedé .

Het reisdoel na Giverny is Beauvais, waar we de bijzondere kathedraal bekijken. Deze kerk werd nooit helemaal afgebouwd, alleen het koor (het hoogste gotische koor van Frankrijk!) staat overeind, het schip ontbreekt geheel. De wat wankele constructie wordt vandaag de dag ondersteund met massieve houten balken. Ook interessant om te zien is het oudere deel van de eerdere kerk die hier stond, die deels met stenen uit de Gallo-Romeinse tijd is opgebouwd. Van de Gallo-Romeinen dateert overigens nog meer in Beauvais, zoals delen van de oude stadsmuur. Als je daarin geïnteresseerd bent, mag ook een bezoek aan het verder noordoostwaarts gelegen Vendeuil-Clapy niet ontbreken. Hier vind je de overblijfselen van een Gallo-Romeins theater en sinds 2011 een archeologisch museum over de streek Oise. Voor dat laatste hebben we helaas ook geen tijd, maar het theater zetten we wel even op de foto.

Het laatste deel van de reis door Frankrijk gaat door een zwaarbevochten gebied. We rijden de Sommestreek binnen, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog het front lag. Al eerder maakte ik een rondrit door de streek, daarom rijden we er relatief snel doorheen. Maar ook dit is weer zo’n gebied dat een verblijf van meerdere dagen nodig heeft. Her en der liggen de oorlogsbegraafplaatsen als stille getuigen in het landschap. Het toetje van de reis over de Franse binnenwegen wordt gevormd door het regionale natuurpark Scarpe-Escaut, waar het stroomgebied van de Schelde loopt. We steken de grens over bij Rongy, waar we een klein monument zien dat herinnert aan het feit dat hier in 1944 de eerste Belgische brigade in het kader van de bevrijding voet op Belgische bodem zette.

Netto reistijd: 4 uur en driekwartier, 275 kilometer

Roadtrip door Frankrijk

Hiermee kwam onze roadtrip dwars door Frankrijk tot een eind. Zoals elke keer heeft het ons weer enorm veel inspiratie opgeleverd voor nieuwe plekken om te bezoeken. Albi, het natuurpark Millevaches, de Brenne, Blois en de Loirevallei, het dal van de Seine… Genoeg om weer even verder te dromen van al die mooie Franse bestemmingen. Hebben we je geïnspireerd en wil je ook zelf eens op je gemak door Frankrijk toeren? We horen het graag van je!

Op zoek naar meer routetips? In ons ebook Roadtrips in Frankrijk vind je nog tien andere voorbeelden van routes door de mooiste streken van Frankrijk, inclusief downloadbaar bestand voor GPS of Google Maps.

CategorieënReistips
Martijn
Martijn

Bonjour! Ik ben Martijn, blogger en oprichter van Frankrijk Puur. Van jongs af aan kom ik graag in Frankrijk. Door mijn studie Franse Taal & Cultuur ben ik nog meer van het land en de Franse gewoontes gaan houden.

Vragen, opmerkingen, tips? Neem contact op via martijn@frankrijkpuur.nl!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *