Charente-Maritime
Charente-MaritimeHauts-de-FranceNormandieNouvelle-AquitaineOrnePas-de-CalaisPays de la LoireVendée

Route: In drie dagen naar de Charente-Maritime aan de Atlantische Kust

Via de snelwegen in Frankrijk reis je binnen de kortste keren door het hele land. Maar veel leuker is het om de tijd te nemen om op je bestemming te komen. Zo verkenden we de binnenwegen van Hauts-de-France, Normandië en Pays-de-la-Loire tijdens onze trip naar de Atlantische Kust. Een aaneenschakeling van lieflijke landschappen en historische plekken. De reis werd bovendien nog onvergetelijker door twee bijzondere overnachtingen.

Wij hebben deze route met de auto gedaan, maar we voorzien geen problemen om het met een camper, motor of caravan te rijden. Helemaal onderaan deze pagina vind je een routekaart en het GPX-bestand kun je via deze link downloaden. Op zoek naar meer roadtrips door het Franse land? Bestel dan ons boek Frankrijk Puur Roadtrips, met in totaal vijftig routes voor met de auto, camper of motor.

Op zoek naar campings voor tijdens je reis? Klik hier.
Op zoek naar hotels tijdens de roadtrip? Die vind je hier.

Dag 1: Duinkerken naar de Vexin (240km)

Vanuit de Belgische Westhoek rijden we Frankrijk binnen, waarna we de snelweg bij Duinkerken verlaten. Dwars door het Franse deel van Vlaanderen trekken we in de richting van Sint-Omaars. Links en rechts zien we veel namen van plaatsen en straten die eraan herinneren dat dit deel een gezamenlijke geschiedenis heeft met Belgisch Vlaanderen. Allemaal namen die je overal in het zuidwesten van de lage landen kunt tegenkomen, zoals Oost-Cappel, Coudekerque… Rondom het plaatsje Guînes liggen zelfs nog eigen (verre) familiewortels, rond 1685 vluchtten protestantse voorouders van mijn oma vanuit deze plek naar Zeeland, uit angst voor vervolging. Bij het dorp Watten slaan we even af naar het Blockhaus d’Éperlecques, dat helaas nog gesloten is in de tijd dat wij er langs rijden. Deze imposante Duitse raketlanceerbasis en bunker is tegenwoordig een museum. Net als het verderop gelegen La Coupole, dat ook nog op ons verlanglijstje staat.

Vanaf Saint-Omer, of Sint-Omaars, rijden we via de D928 in zuidwestelijke richting verder. Vervolgens nemen we de D126 naar Montreuil-sur-Mer.

Lunchpauze in Montreuil-sur-Mer

Montreuil-sur-Mer is een van die vele leuke plekken aan de Opaalkust die een bezoek waard zijn. Het heeft een gezellig centrum maar is vooral interessant vanwege de citadel aan de noordwestkant. Voor een klein bedrag kun je het bezoeken, waarbij je een mooi inkijkje krijgt in de geschiedenis van het stadje. Bovendien heb je vanaf de versterkingen fraaie uitzichten over de omliggende landerijen. In vroeger tijden had Montreuil zelfs een eigen haven met toegang tot de zee, maar na het dichtslibben van het riviertje Canche kwam daar een einde aan. In de Eerste Wereldoorlog was het hoofdkwartier van de Britten gevestigd in de citadel.

Na Montreuil is het tijd om verder zuidwaarts te trekken. Neem de D901, die in het departement Somme de D1001 wordt, en zet koers naar het plaatsje Abbeville. Hier vind je een dertiende-eeuws belfort en de prachtige Collégiale Saint-Vulfran, een gotische kerk. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het centrum door Duitse troepen gebombardeerd, waardoor helaas veel van de historische gebouwen verder verdwenen zijn.

Vanuit Abbeville is het niet ver meer naar de grens van Normandië. We hebben een mooi overnachtingsplekje gevonden in de Vexin, een historische streek die zich over een deel van Normandië en Île-de-France uitstrekt. Chambres d’hôtes La Lévrière ligt op het platteland net buiten Gisors. Het is een oude Normandische boerderij met vakwerkgevels, gelegen op een heerlijk rustig plekje met een kabbelend riviertje in de grote achtertuin. Handig omdat we met een dreumes reizen: er is een familiekamer, bestaande uit twee slaapkamers. De table d’hôtes wordt bereid met verse producten uit de moestuin en vooral het ontbijt is een feestje, met heerlijke versgebakken warme wafels.

Dag 2: Vexin naar Rochemenier (330km)

We rijden vanuit de Vexin over de D181 naar de Seine, die we bij het plaatsje Vernon oversteken. Een paar jaar geleden waren we ook in deze buurt, toen bezochten we de prachtige tuinen van Monet in Giverny. Maar nu gaan we snel verder, want er staat nog meer op het programma vandaag. Via Pacy-sur-Eure en Saint-André-de-l’Eure komen we op de N12 uit die ons vervolgens snel in Mortagne-au-Perche brengt.

Lunchpauze in Mortagne-au-Perche

De Perche is een landelijke streek met veel groene bossen. Het is een onbekend gebied tussen Chartres en Alençon en sinds we hier doorheen reden staat het op ons verlanglijstje om nog eens wat langer te verblijven. Want Mortagne-au-Perche heeft ons verrast en smaakt naar meer. De stad in de Orne laat zich prima in een uur of twee verkennen, bijvoorbeeld aan de hand van het circuit dat het toerismebureau heeft uitgezet. Je komt dan langs alle sfeervolle straten en pleinen en ontdekt meer over het verleden van deze plaats. Zo zie je er onder meer de restanten van de middeleeuwse verdedigingswerken, oude statige herenhuizen, de gotische kerk, en tal van kleine antiekwinkels in de eeuwenoude huizen. Niet te missen is ook het Couvent Saint-François, een zestiende-eeuws Clarissenklooster met een prachtige, kleurrijke kapel en een rustgevende kloostergang. Tijdens onze rondwandeling ontdekken we een leuk eettentje, La Biscuiterie, dat diverse broodjes en een paar kleine lunchgerechten op de kaart heeft.

Vervolgens is het tijd om snel weer in de auto te springen, om in de richting van de Loirestreek te rijden. Die bereiken we door via Bellême naar Le Mans en vervolgens richting La Flèche te rijden. Die laatste plek is bekend vanwege een grote dierentuin, niet te missen door de vele reclameborden her en der in de omgeving. Maar onze bestemming vandaag is een andere publiekstrekker in de streek: de vele grotten die er in de loop der eeuwen in het mergelgesteente zijn uitgehakt. Vlakbij Doué-la-Fontaine ligt het dorp Rochemenier. Hier vind je een bijzonder openluchtmuseum van een boerderij waarvan de vertrekken in de rotsen liggen. Maar ook het plaatselijke hotel is in feite een oude boerderij, met kamers die half of helemaal onder de grond liggen. Overnachten in hotel Rocaminori is een bijzondere ervaring voor jong en oud. Het ontbijt bij kaarslicht in een donkere grot is een van de hoogtepunten.

Dag 3: Rochemenier naar Marennes (210km)

De volgende dag bezoeken we allereerst het Musée troglodytique, het plaatselijke museum waarin je meer te weten komt over het leven in en rond de grotten waarmee de streek bezaaid is. Vervolgens rijden we via Doué door de wijngaarden van de Anjou naar Argentonnay en Bressuire om uiteindelijk in de Vendée uit te komen. Een van de leukste dorpen van dit departement aan de Atlantische Kust is Vouvant, onze laatste tussenstop op onze autoroute naar de Charente-Maritime.

Lunchpauze in Vouvant

Het dorp Vouvant ligt in een bocht van de rivier de Mère en heeft prachtige oude verdedigingswerken. Het is een van de Plus beaux villages de France en we vinden er ook een prima restaurant voor een heerlijke lunch. Na de maaltijd lopen we een rondje door het dorp, waarbij we niet om de grote middeleeuwse kerk heen konden. Het is uitgerust met een fraai versierd portaal en in de crypte bekeken we een korte film over de geschiedenis van het bouwwerk. Een ander hoogtepunt in het dorp, letterlijk en figuurlijk, is de Tour Mélusine, die je kunt beklimmen voor een mooi uitzicht. Daarnaast is het leuk om even naar de rivier te lopen, waar een groot deel van de stadsmuren nog intact te bewonderen zijn.

Vanuit Vouvant gaan we door het Marais poitevin verder in zuidelijke richting naar de kust, waarna we al snel bij La Rochelle uitkomen. Vanaf daar rijden we door naar onze gîtes in Marennes-Plage.

Gratis ebook over Frankrijk

ABONNEER OP DE NIEUWSBRIEF MET FRANKRIJKTIPS EN ONTVANG EEN GRATIS EBOOK

Geef je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Misschien vind je dit ook interessant