Mont-Dauphin, imposant fort van Vauban in de Alpen

Halverwege Briançon en Embrun stroomt de rivier de Guil in de Durance. Precies op dit punt, destijds nog dicht bij de grens met Italië, moest er volgens de bekende bouwmeester Sébastien Le Prestre de Vauban eind zeventiende eeuw een nieuwe vesting komen. Er werd snel begonnen met bouwen, maar de originele plannen werden nooit helemaal uitgevoerd. Mont-Dauphin werd zelfs een van de vestingsteden waar er het meest gedeserteerd werd. Daarentegen belandde het wel op de werelderfgoedlijst van Unesco, als een van de belangrijkste toonbeelden van Vaubans bouwkunsten.

Als je in de buurt op vakantie bent, mag een bezoek aan Mont-Dauphin niet ontbreken. We kozen een dag met wat minder goed weer uit om een keer geen wandeling in de Queyras te maken maar een cultureel uitstapje te maken. Eerder deze reis bezochten we al het nabijgelegen Guillestre en Briançon. In die laatste stad zijn ook belangrijke vestingen van Vauban te vinden. Mont-Dauphin is een van de weinige steden die compleet door Vauban zijn bedacht, zonder dat er al eerder een nederzetting was.

Je kunt Mont-Dauphin op eigen gelegenheid bezoeken, maar leuker is het om mee te gaan op de rondleidingen die er regelmatig georganiseerd worden, in het hoogseizoen van dinsdag tot zondag en buiten het seizoen drie keer per week. Je krijgt dan namelijk ook toegang tot allerlei plekken waar je normaal niet in kunt, zoals ondergrondse gangen, het arsenaal en het kruithuis. De rondleidingen zijn in het Frans.

Rondleiding

We rijden met onze auto de vestingwerken binnen en parkeren op de kleine parkeerplaats voor het Pavillon des Officiers. We zijn in oktober op een regenachtige zaterdagmiddag, dus het groepje waar we ons bij aansluiten is niet zo heel groot. De gids leidt ons allereerst naar de noordkant van het fort en legt het een en ander uit over de verdedigingslinies. In de tijd van Vauban stonden de wallen vol met bomen, zodat een eventuele naderende vijand niet goed kon zien waar de soldaten en gebouwen zich bevonden. Omdat er met geweren werd geschoten die lange tijd namen om te herladen, bestond een verdedigingslinie uit verschillende niveaus. Onderaan stond een rij soldaten die hun wapen aan het herladen was, wat ongeveer een halve minuut duurde, daarboven stond een rij soldaten die na het vuren weer afwisselde met de rij eronder. Ook legt de gids uit wat de functie van de bastions was, die zo waren gebouwd dat je vrijwel nergens een dode hoek had waar de vijand zich kon verschuilen.

Via een honderddertien meter lange gang komen we vervolgens in het voorste lunet uit, dat aangelegd was ter verdediging van de enige toegangsweg tot Mont-Dauphin. Aan alle andere kanten van de vestingstad zijn steile rotswanden. Dat zien we even later ook bij een mooi uitzichtpunt, vanwaar je de kloof van de Guil in kunt kijken. Aan de andere kant van de stad liggen de kazernes. Wat meteen opvalt bij het lopen door de vestingstad is dat er een heel stuk braakliggend terrein is. In de oorspronkelijke ideeën van Vauban zouden er een paar duizend mensen in de stad komen te wonen. Waarom het, net als op andere plekken in Frankrijk, niet alleen een vesting maar ook een stad moest worden had een belangrijke reden: het voorkomen van deserteren. De redenering was dat als er in tijden van vrede gewoon een stadsleven zou zijn, de soldaten weinig reden zouden hebben om zich te gaan vervelen. De mensen die zich in zo’n vestingstad wilden vestigen, kregen allerlei voordelen, zoals een groot huis, een tuintje, het recht om markten te houden, en nog wat andere. Maar het leven in zo’n vesting had ook z’n beperkingen. Zo was er een avondklok, stonden soldaten erom bekend dat ze nogal ruw en handtastelijk waren tegenover vrouwen, en kon je natuurlijk het risico lopen aangevallen te worden door een vijandig leger. Mont-Dauphin had nog een ander nadeel: het was er een groot deel van het jaar koud en besneeuwd. In het wat lager gelegen dal van de Durance was het een stukje aangenamer wonen. Daarom kwam het inwonertal in de loop der geschiedenis nooit hoger dan zo’n vijfhonderd mensen en kende de plek een van de hoogste percentages deserteurs.

Meer van Vauban
Colmars, vestingstadje in de bergen aan de rand van de Mercantour

Kruithuis

Na een bezoek aan de kazerne en het arsenaal, gaan we als laatste naar het grote kruithuis achter het arsenaal. Dit is een imposant bouwwerk, waarbij heel goed was nagedacht om de risico’s op ontploffingen te verkleinen. Zo zijn alle planken met houten spijkers aan elkaar bevestigd en mocht er geen ijzer gebruikt worden. De muren zijn dik en massief, het dak juist van een lichter gesteente, zodat alle kracht bij een eventuele explosie omhoog zou gaan. In het geval van een vijandelijke inval kon het hele kruithuis onder water gezet worden, zodat het kruit onbruikbaar zou zijn voor de vijand.

Na de rondleiding door de gids lopen we nog even het museumwinkeltje binnen en maken we een korte wandeling door de rest van het stadje. In de Campanakazerne aan de oostkant zijn tegenwoordig allemaal kleine winkeltjes en ateliers van ambachtslieden te vinden. Het maakt de wat strenge uitstraling die de stad heeft een stukje vriendelijker en gezelliger. Mont-Dauphin is een sterk staaltje bouwkunst van Vauban. Een bezoek met gids geeft je een interessant inkijkje in zijn gedachtewereld en zoektocht naar de perfecte vesting. Een beetje wereldvreemd moet hij wel zijn geweest, want ook vandaag bekruipt nog het gevoel ‘wie wil hier nou wonen’, en al helemaal in die tijd, waarin er geen auto’s waren waarmee je snel naar warmere oorden kunt reizen.

Close

Gratis ebook?

Schrijf je net als 22.535 anderen in voor onze nieuwsbrief en ontvang het ebook '10 roadtrips in Frankrijk' twv €7.50