De kleine prins – Antoine de Saint-Exupéry

Een van de meest vertaalde en gelezen boeken uit de Franse literatuur is de novelle De kleine prins van Antoine de Saint-Exupérie. Het boek lijkt op het eerste gezicht een kinderboek, maar bevat vele wijze lessen en gedachtes. Je kunt het dan ook het beste lezen als een soort filosofisch pamflet van de bekende piloot en schrijver. Het werd geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog – en uitgegeven een jaar voor de dood van de auteur – maar ondanks de leeftijd spreekt het nog altijd vele grote en kleine mensen aan.

Antoine de Saint-Exupérie werd op 29 juni 1900 geboren in een adellijke familie te Lyon. Na zijn middelbare schooltijd richt hij zich eerst op de architectuur, maar wanneer hij in dienst moet, wordt zijn interesse in vliegtuigen gewekt. Vanaf 1926 is hij professioneel piloot en vliegt hij naar alle hoeken van de wereld. Tegelijkertijd begint hij te schrijven over zijn ervaringen, en verwerkt deze in zijn eerste romans. Vooral het in 1931 verschenen Vol de nuit (Nachtvlucht) kent een groot succes. In de jaren dertig komt zijn werkgever in moeilijkheden, waarna Saint-Exupéry journalist wordt. Hij maakt reportages in Vietnam, Moskou en Spanje, welke zijn leven en schrijfsels sterk beïnvloeden. Aan het begin van de oorlog in 1939 komt hij weer bij het leger terecht, maar bij de wapenstilstand vertrekt hij naar de Verenigde Staten, waar hij een van de voorvechters van het Franse Verzet wordt. Hij blijft dromen om weer aan de slag te gaan en vertrekt in 1944 naar Europa, waar hij uiteindelijk vanaf Corsica weer ingezet wordt als piloot. Tijdens een missie op 31 juli 1944 verdwijnt hij spoorloos.

Een jaar voor zijn dood, tijdens zijn verblijf in New York, schreef hij een kort verhaal, Le petit prince, waarvan hij het succes niet meer zou meemaken. Het verhaal werd in 1943 met zijn eigen aquarellen gepubliceerd en kwam in 1945 ook in Frankrijk uit. Het charmante en diepzinnige sprookje werd al snel een populaire internationale bestseller.

Waar gaat het verhaal over?
Een piloot heeft een noodlanding in de woestijn moeten maken. Daar ontmoet hij een jongetje, de kleine prins, van een andere planeet die hem allerlei vragen stelt. Tussen de piloot en de kleine prins, die tijdens zijn weg naar de aarde langs vele planeten is gekomen, ontstaat zo een vriendschappelijke band.

De kleine prins heeft op die planeten vreemde mensen ontmoet die ook ieder hun vreemde en eigenaardige kijk op de wereld hebben. Er is een koning die regeert over de sterren, een zakenman die zegt dat hij alle sterren bezit, een verwaande, op zich zelf gerichte man die van iedereen aandacht moet hebben en een aardrijkskundige die alles in kaart brengt, maar zelf niet op onderzoek uitgaat. In de woestijn praat de kleine prins verder niet alleen met de piloot, maar ook met een slang en een vos. Door de observaties en gesprekken ontstaan filosofische beschouwingen waarin de schrijver zijn blik op de wereld prijsgeeft.

Fragment:
– Ik weet een planeet, waar een vuurrode meneer woont. Hij heeft nooit een bloem geroken, nooit naar een ster gekeken. Hij heeft nooit van iemand gehouden maar altijd alleen maar optelsommen gemaakt. En net als jij zegt hij de hele dag: ‘Ik ben een ernstig man. Ik ben een ernstig man.’ En dan zwelt hij van trots. Maar dat is geen man, dat is een paddestoel!

close

Gratis ebook?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het ebook '10 roadtrips in Frankrijk' twv €7.50
SHOP
close

Gratis ebook?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het ebook '10 roadtrips in Frankrijk' twv €7.50

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Close