Château de Boutemont
CalvadosNormandie

Château et Jardins de Boutemont, stijlvolle tuinen in Normandië

Tuinen, er zijn er in Normandië bijzonder veel die je kunt bezoeken. In het hart van het landelijke Pays d’Auge vind je er maar liefst twee. Naast de grote, levendige Jardins du Pays d’Auge bij Cambremer kun je als tuinliefhebber iets verderop ook genieten van de stijlvolle tuinen rondom een eeuwenoud kasteel. Het kasteel van Boutemont combineert zowel strak vormgegeven als weelderige gedeeltes en vormt een leuk uitje voor jong en oud. Niet het minst vanwege de romantische crêperie, waar je je bezoek met een vers bereide crêpe kunt afsluiten.

Achille Duchêne

De geschiedenis van het kasteel van Boutemont gaat terug tot het jaar 1000. In die tijd werd een zogenaamd motteburcht gevestigd, die de vallei van de Touques moest bewaken. Nog altijd is op het landgoed de bult te zien (en te beklimmen) waar dit houten kasteel gestaan moet hebben. Ruim vijfhonderd jaar later verrees iets daarnaast een versterking met zowel middeleeuwse- als renaissancetrekjes. Een rechthoekig gebouw met rondom grachten en stevige torens op de hoeken. De familie Le Bas transformeerde het jaren later tot een wat gerieflijker woonplek, door bijvoorbeeld de muur richting de tuinen open te breken en comfortabele woongedeeltes in te richten. Na de Franse Revolutie werd het kasteel verkocht als ‘Nationaal goed’. In de tijd daarna verviel het langzamerhand, tot 1915. Nieuwe eigenaren bliezen het nieuw leven in en lieten de vermaarde landschapsarchitect Achille Duchêne komen om de tuinen opnieuw vorm te geven. Deze Duchêne was onder meer ook verantwoordelijk voor de tuinen van de kastelen van Vaux-le-Vicomte en het Nederlandse Eijsden. Nog steeds is zijn hand in de tuinen te ontdekken, onder meer in het miroir d’eau, de grote waterspiegel aan de westkant. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het Château de Boutemont tijdelijk het onderkomen van generaal Von Rundstedt, de Duitse opperbevelhebber aan het westfront. Ook was het in gebruik als veldhospitaal.

Bezoek

Er is een genummerd parcours uitgezet waarmee je in ongeveer één tot twee uur tijd door de tuinen kunt wandelen. Je ziet dan mooi de opbouw en afwisseling van de tuinen. Een van de eerste hoogtepunten is het kasteel zelf, waarvan op dit moment drie kamers te bezichtigen zijn, twee naast de toegangspoort en een in de lange zijvleugel. Vervolgens wandelen we naar de ‘groene kamers’, een vijftal thematisch ingerichte tuinen. Zo vind je hier de Ginkgo-tuin, een paarse en witte tuin, de Japanse zen-tuin en de Italiaanse tuin. Deze intieme, weelderige tuinkamers vormen een mooi contrast met de grote gazons, strak gesnoeide hagen en boomgaarden in de rest van de tuinen. In een van de tuinen is een kleine vierkante vijver met wat goudvissen die nieuwsgierig boven komen zwemmen.

De tocht voert hierna verder naar een grappig elfenhutje in vakwerkstijl en iets verderop het miroir d’eau. Vanaf de achterkant van dit meterslange en diepe bassin heb je een schitterend uitzicht op het kasteel. Er zit een fontein in het water, maar die staat niet constant aan, zodat je ook van een rimpelloze weerspiegeling kunt genieten. Hoog tijd om even wat leuke foto’s te schieten, en vervolgens om even een rustmomentje in te lassen bij de crêperie.

Via uitgestrekte gazons en de weide met appelbomen (vooral leuk in het voorjaar, als ze in bloei staan) lopen we dan naar de Jardin de l’Amour, en vervolgen het rondje rondom het kasteel naar het vermoedelijke tracé van de Romeinse weg van Lisieux naar Trouville. Van de weg is aan het oppervlakte niets te zien, maar het is een leuk idee om hier op deze oude sporen te stuiten. Een negentiende-eeuwse kapel en een tuin met golvende buxushagen vormen het einde van de rondwandeling.

Gratis ebook over Frankrijk

ABONNEER OP DE NIEUWSBRIEF MET FRANKRIJKTIPS EN ONTVANG EEN GRATIS EBOOK

Geef je reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Misschien vind je dit ook interessant